Toyota en BMW starten grootschalige test met hernieuwbare brandstoffen
Toyota, BMW, Bosch en Repsol zijn in Spanje gestart met een proefproject dat mogelijk meer invloed zal hebben op het politieke debat dan op de autowereld zelf. Gedurende zes maanden zal een vloot van een twintigtal voertuigen rijden op een door Repsol geproduceerde, volledig hernieuwbare benzine. Die brandstof bestaat al en vereist geen enkele aanpassing aan voertuigen of tankinfrastructuur. Het doel ligt elders: aantonen dat het mogelijk is om het gebruik ervan te volgen en te certificeren, van de productie tot in de tank van elke wagen. Ter herinnering: toen de Europese Unie besloot om ook na 2035 nog ruimte te laten voor verbrandingsmotoren, gebeurde dat onder de voorwaarde dat zij op koolstofneutrale brandstoffen zouden rijden. Meteen rees de vraag hoe het daadwerkelijke gebruik daarvan gecontroleerd kan worden. Het systeem van Bosch wil precies op dat punt een antwoord bieden.
Brandstof is slechts de helft van het verhaal
Voor deze proef zet Bosch zijn “Digital Fuel Twin”-systeem in. Achter die naam schuilt een traceerbaarheidsplatform dat de oorsprong van de brandstof, de verdeelde volumes en de voertuigen die ermee rijden registreert. Het principe is eenvoudig: als hernieuwbare brandstoffen ooit een rol moeten spelen in de Europese klimaatdoelstellingen, moet ook bewezen kunnen worden dat ze daadwerkelijk gebruikt worden.
In werkelijkheid is deze test vooral gericht aan Brussel. Toyota en BMW willen aantonen dat ook een oudere wagen met verbrandingsmotor kan bijdragen aan een lagere CO2-uitstoot, op voorwaarde dat hij rijdt op een brandstof met een lage koolstofvoetafdruk én dat dit gebruik controleerbaar is. Meer dan een eenvoudige brandstofproef wil dit project dus bewijzen dat een volledig ecosysteem van productie, distributie en certificering op grote schaal kan functioneren. Persoonlijk hebben wij daar weinig twijfels over.