China houdt grote schoonmaak in zijn auto-industrie
Peking neemt het stuur stevig in handen – en dat zal bestuurders die het 100 % digitale beu zijn, plezieren. Dankzij nieuwe regelgeving maken fysieke knoppen hun comeback: weg met F1-achtige sturen en alles via het scherm, welkom strengere regels rond autonome voertuigen. In een markt waar het publiek dol is op “super screens”, verplicht China voortaan dat bepaalde veiligheidsfuncties fysiek bedienbaar zijn. Zo moeten richtingaanwijzers, waarschuwingslichten, versnellingskeuze en noodoproep (SOS) via vaste knoppen bereikbaar zijn, zonder de blik van de weg te halen.
Ook de zogenaamde “yoke”-sturen worden verboden. Volgens de overheid houden ze bij een ongeval het bovenlichaam van de bestuurder onvoldoende tegen, met risico op extra letsels. Daarnaast komen er strengere veiligheidsnormen voor autonome voertuigen van niveau 3 en 4.
Einde aan verkoop onder kostprijs
Maar het zwaarste geschut richt zich op de prijzenoorlog. De overheid wil een einde maken aan verkoop onder de productiekost. Volgens de China Automobile Dealer Association zou die praktijk de sector de voorbije drie jaar 69 miljard dollar aan verlies hebben gekost. In een oververzadigde markt met talloze jonge merken kan dit een stevige zeef worden.
Ook de betalingstermijnen worden strenger gecontroleerd. Constructeurs gebruikten lange betalingstermijnen om hun cashflow te beschermen en te investeren in onderzoek en ontwikkeling. Dat beleid wordt nu aan banden gelegd. Voor de zwakste spelers is dit allesbehalve goed nieuws. Een stevige sanering van het Chinese autolandschap lijkt onvermijdelijk.
