De door de EU gewenste “Made in Europe”-stadsauto krijgt vorm
Hoewel de IAA (Industrial Accelerator Act) tal van sectoren omvat — van staal tot windturbines en waterstof — is het uiteraard het hoofdstuk over de auto-industrie dat ons hier interesseert. De redenering is eenvoudig: als de lidstaten de energietransitie financieren, dan moet dat in de eerste plaats ook de Europese industrie ten goede komen. Brussel wil daarom dat bepaalde subsidies en overheidsopdrachten worden voorbehouden voor producten met een sterke “Europese inhoud”. In het geval van elektrische voertuigen (maar ook plug-inhybrides en waterstofwagens) wordt er bijvoorbeeld gedacht aan een vereiste dat ongeveer 70% van de componenten in Europa geproduceerd moet zijn. Rond batterijen blijft er echter nog onduidelijkheid bestaan. De Commissie wil dat ook een deel van hun onderdelen Europees is, maar de exacte verhoudingen moeten nog worden vastgelegd, aangezien de lokale industrie nog volop in ontwikkeling is.
Betrouwbare partners
Brussel introduceert daarnaast het begrip “trusted partners”, of betrouwbare partners. Concreet zouden producten uit bepaalde landen als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd aan die uit de EU om aan de “Made in Europe”-criteria te voldoen. Op de voorlopige lijst staan bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten, waarmee de EU nauwe handelsrelaties onderhoudt. China komt er echter niet op voor. En wat de Verenigde Staten betreft, zouden de handelsmaatregelen van Trump hen zelfs van die lijst kunnen doen verdwijnen. In dat licht wordt ook duidelijk waarom de Europese constructeurs verdeeld reageren. Sommigen, zoals Renault, steunen regels die de lokale productie bevorderen. Anderen, zoals Mercedes en BMW, die afhankelijk zijn van zowel de VS als China, verzetten zich ertegen en waarschuwen dat Europa tegenmaatregelen kan uitlokken. Hoe dan ook is de weg nog lang, want het Europese voorstel moet nog worden besproken en aangepast door de lidstaten, voor het eventueel in 2027 in werking kan treden.
