De “Chinese Mercedes” binnenkort geproduceerd in Spanje?
“Als je je vijand niet kunt verslaan, maak hem dan tot bondgenoot”, luidt een Tibetaans spreekwoord. Dit principe lijkt vandaag bijzonder populair bij Europese constructeurs, die onder druk staan van enerzijds de Chinese concurrentie en anderzijds minder geslaagde strategische keuzes van de Europese Unie. Kort gezegd: “onze” constructeurs hebben zwaar ingezet op elektrisch rijden, maar dat bleek niet meteen het gehoopte succes, de verkoop hapert en de fabrieken draaien onder hun capaciteit. Tegelijk hebben Chinese merken een grote honger naar de Europese markt, terwijl Europa intussen heeft beslist de deuren niet wagenwijd open te laten. Alle ingrediënten voor win-winsamenwerkingen zijn dus aanwezig.
Sneller, goedkoper
Om de markt te veroveren moeten Chinese constructeurs dus in Europa produceren. Sommigen bouwen nieuwe fabrieken, anderen kiezen voor een snellere en goedkopere oplossing: bestaande, onderbenutte sites gebruiken. Voor de eigenaars daarvan is het een kans om de productie draaiende te houden zonder jobs te schrappen. Voorbeelden zijn er al: Geely en Ford praten over fabrieken in Spanje en Duitsland, Chery (Jaecoo en Omoda) gebruikt al een voormalige Nissan-fabriek in Barcelona, en Leapmotor, partner van Stellantis, is al actief in de Poolse fabriek van Tychy, een voormalige Fiat 500-site. Stellantis zelf beschikt bovendien nog over onderbenutte capaciteit in Saragossa, Spanje. Volgens Reuters lopen er gesprekken tussen Stellantis en Hongqi, waarbij Leapmotor als bemiddelaar zou optreden. Dat is geen toeval, want het moederbedrijf van Hongqi is ook aandeelhouder van Leapmotor, met een belang van ongeveer 5%. Een goede zet voor Stellantis? Dat zou kunnen, want een luxewagen levert per definitie meer marge op dan een stadswagen of compacte. Voorlopig blijft alles nog vrij hypothetisch, maar dit verhaal krijgt ongetwijfeld een vervolg.

