Tesla zal het zonder het geld van Stellantis en Toyota moeten stellen
In Europa en op andere markten moeten constructeurs een bepaald CO₂-emissiequotum respecteren. Wie te veel uitstoot, kan “emissiekredieten” kopen van merken die minder uitstoten. Dat systeem moet constructeurs met lage emissies belonen en de anderen bestraffen. Jarenlang profiteerde Tesla hiervan, aangezien zijn voertuigen geen CO₂ uitstoten. Andere constructeurs kochten dus kredieten om hun te vervuilende modellen te compenseren. Tesla streek zo miljarden dollars op zonder er iets voor te moeten doen. Maar daar komt nu een einde aan. Toyota en Stellantis hebben beslist hun emissies zelf te beheren, zonder via Tesla te passeren. De constructeur dreigt daardoor honderden miljoenen dollars mis te lopen.
Zelfs in de Verenigde Staten is het feest voorbij
In de Verenigde Staten is de situatie nog complexer: de emissieregels werden versoepeld, waardoor Tesla minder “emissieschatten” kan innen. De enkele kleinere constructeurs die nog CO₂-kredieten kopen, zullen dat bovendien niet eeuwig blijven doen. Tegelijk vertonen de verkoopcijfers van Tesla tekenen van vermoeidheid: de Cybertruck heeft niet overtuigd (om het zacht uit te drukken), de Model S en X zijn verdwenen, en de Model 3 en Y beginnen op leeftijd te raken. De Roadster blijft een spookproject, en Tesla zet nu sterk in op robotica met Optimus… die er nog altijd niet is. Conclusie: het merk Tesla, dat ooit de autowereld revolutioneerde, lijkt vandaag toch zijn zwakke plekken te tonen.
