Jaguar-concessionarissen niet overtuigd door de nieuwe filosofie
Toen Jaguar bijna vijf jaar geleden zijn radicale transformatie aankondigde tot een volledig elektrisch merk in het ultra-luxesegment, zorgde dat voor verbazing. De ambitie was duidelijk: niet langer de strijd aangaan met de Duitse premiummerken, maar jagen op het terrein van Bentley. Vandaag blijkt echter dat de markt voor elektrische luxewagens weinig draagvlak heeft, omdat deze klanten nog steeds sterk gehecht zijn aan de aanwezigheid van een “echte” motor.
Volgens verschillende bronnen dicht bij het dealernetwerk mikt Jaguar op een jaarlijkse verkoop van ongeveer 10.000 auto’s, vergelijkbaar met Bentley. Op papier klinkt dat logisch, maar in de praktijk lijkt het bijzonder moeilijk haalbaar in een elektrisch luxesegment dat voorlopig marginaal blijft.
Net dat baart de concessionarissen zorgen: Jaguar begeeft zich op een terrein dat andere premiummerken net verlaten wegens een gebrek aan vraag. De grote vraag is dan ook welke klanten Jaguar precies wil aanspreken met elektrische berlines en GT’s die boven de huidige marktreferenties gepositioneerd zijn.
Type 00, een risicovolle gok
Het eerste model van deze nieuwe era, een grote vierdeurs coupé geïnspireerd op het Type 00-concept, doet weinig om die twijfels weg te nemen. Met een aangekondigde prijs rond 110.000 euro zou hij duurder zijn dan een Mercedes-Benz EQS, die zelf al weinig succes kent. Bij een commercieel fiasco zou het aanpassen van het platform voor hybride of thermische aandrijvingen complex en duur zijn, zo niet onrealistisch.
Binnen het netwerk overheerst dan ook de terughoudendheid. Sommige dealers steunen het project in principe en wachten af. Anderen zien in de transformatie een kans. Jaguar balanceert dus op een dunne koord: ofwel slaagt deze statussprong, ofwel faalt ze. Het antwoord volgt dit jaar, tenzij nieuwe vertragingen de lancering van het sleutelmodel opnieuw uitstellen.


