Euro’s tegen km/u: zou u een tragere maar goedkopere auto kopen?
Het idee zal ongetwijfeld reacties uitlokken, maar het komt voort uit een bijzonder nuchtere analyse van de kostprijs van de moderne auto. Olivier François, topman van Fiat, stelt dat bepaalde Europese regelgeving stadsauto’s richting een technologische overdaad duwt, zonder echte link met hun dagelijkse gebruik. Zijn voorstel: de topsnelheid van kleine modellen plafonneren op het gemiddelde van de wettelijke snelheidslimieten op Europese snelwegen, ongeveer 118 km/u. Zijn redenering is moeilijk te weerleggen: waarom stadsauto’s overuitrusten voor prestaties die ze nooit benutten? Modellen als de 500, Panda en Grande Panda brengen het grootste deel van hun leven immers door in stedelijk verkeer. Bovendien zijn de elektrische versies vandaag al begrensd tot zo’n 130 km/u om de actieradius te vrijwaren, terwijl andere varianten hun natuurlijke limiet bereiken rond 150 à 160 km/u. Waarom dan geen 120 km/u?
Slechte idee of gezond verstand?
Volgens Fiat zou een snelheidsbeperking een rationeler alternatief zijn dan het opstapelen van sensoren waarvoor de klant nooit expliciet heeft gevraagd. François benadrukt bovendien dat deze “technologische inflatie” er volgens hem toe heeft bijgedragen dat de gemiddelde prijs van stadsauto’s in enkele jaren tijd met bijna 60 % is gestegen, zonder dat de stedelijke bestuurder daar echt voordeel uit haalt. CQFD.
Dat fabrieksmatige snelheidsbegrenzing niets nieuws is, klopt: Volvo, Renault en Dacia beperken sommige modellen al tot 180 km/u. Maar dat gebeurt uit veiligheidsoverwegingen. Dat zo’n maatregel nu expliciet aan betaalbaarheid wordt gekoppeld, is nieuw. De vraag is nu of het idee van Olivier François, mogelijk gelanceerd als een proefballon richting het publiek, ook echt zal aanslaan.