Een nieuw museum voor de 24 Uur van Le Mans
Tijdens een conferentie met de verantwoordelijken van de Automobile Club de l’Ouest (organisator van de 24 Uur van Le Mans) en Mohammed Ben Sulayem (voorzitter van de FIA) werd de komst van een nieuw museum rond de 24 Uur van Le Mans aangekondigd, onder de codenaam M24. De site zal toegankelijk zijn vanaf 28 mei, twee weken vóór de volgende editie van de legendarische race. Het museum beslaat een totale oppervlakte van 8.600 m² en herbergt een collectie van 120 wagens. Het opzet is bewust eclectisch: het museum richt zich niet uitsluitend tot endurancefans, want er zullen ook rallywagens, Formule 1-wagens, rallyraid-voertuigen en nog veel meer disciplines te zien zijn. Een deel van de tentoongestelde auto’s is afkomstig uit de collectie van de bekende horlogemaker Richard Mille. Bij de opening zijn echte “eenhoorns” te bewonderen, zoals een Ford GT40 uit 1967 die voor 95 % origineel is, de mythische Ferrari F2002 bestuurd door Schumacher en een Lancia Stratos. Daarnaast presenteert het museum tal van verzamelobjecten, waaronder het racepak dat Ayrton Senna droeg tijdens zijn eerste Formule 1-Grand Prix. Bezoekers kunnen ook 4.300 miniaturen ontdekken van wagens die ooit deelnamen aan de 24 Uur van Le Mans, wat een uniek overzicht biedt van de geschiedenis van de race. Bovendien zal de collectie regelmatig wisselen, zodat het geen museum wordt dat je slechts één keer bezoekt.
Een immersieve ervaring, maar liefst ook rendabel
Het museum is ontworpen voor een breder publiek dan alleen racefans en zet in op een immersieve en educatieve aanpak. Bezoekers beleven de sleutelmomenten van de 24 Uur van Le Mans — start, nacht, regen of podium — dankzij een interactieve scenografie die zelfs de nacht weet te reconstrueren om de wagens tot leven te brengen. Om een zo groot mogelijk publiek aan te trekken, rekent het museum ook op seminarieruimtes en educatieve activiteiten. Uiteraard ontbreekt een souvenirwinkel aan het einde van het parcours niet, om de kosten van het museum te helpen dragen. Voor een vlotte werking mikt de ACO op 300.000 bezoekers per jaar, tegenover gemiddeld 200.000 vóór de werken. Deze aankondiging is uitstekend nieuws en toont aan dat, ongeacht wat de politiek oplegt, de passie altijd blijft leven.