Mercedes VLE, luxe in het groot!
De nieuwe VLE vormt een belangrijke stap in de bestel- en personenbusstrategie van Mercedes-Benz. Hij moet de Mercedes-Benz V-Klasse vervangen en introduceert het nieuwe VAN.EA-platform, een architectuur die in de eerste plaats (maar niet uitsluitend) voor elektrische aandrijvingen werd ontwikkeld. De constructeur kondigt een duidelijke stap omhoog in het gamma aan, met een voertuig dat de ruimte van een grote monovolume wil combineren met het comfortniveau van een limousine. Ondanks een volledig nieuw ontwerp blijft de VLE qua silhouet dicht bij zijn voorganger, maar met een duidelijk betere aerodynamica. De luchtweerstandscoëfficiënt van 0,25 is immers opmerkelijk laag voor een van. Binnenin kan de VLE tot acht passagiers vervoeren en biedt hij twee vormen van modulariteit: een taxi-achtige configuratie met stoelen op rails, waarmee het laadvolume kan oplopen tot 4.078 liter, en een luxueuzere versie voor exclusief vervoer, onder meer met een panoramisch 8K-scherm voor de achterpassagiers. De bestuurder krijgt het nieuwste Mercedes-Benz Superscreen-dashboard met drie schermen.
Elektrisch, maar niet alleen
Bij de lancering, gepland voor eind 2026, komt de VLE eerst als volledig elektrische versie met twee motorisaties: VLE 300 (272 pk) en VLE 400 4MATIC (415 pk). Volgens de constructeur maakt de batterij het mogelijk om via snelladen ongeveer 320 km rijbereik bij te laden in 15 minuten. De maximale WLTP-actieradius bedraagt 700 km voor de versie met achterwielaandrijving, wat hem meteen de elektrische van met de grootste autonomie maakt, ver boven de 418 km van de huidige EQV. De vierwielaangedreven variant zal vermoedelijk een iets lagere actieradius hebben door het hogere gewicht. Later wordt het aanbod uitgebreid met thermische en hybride varianten, vanaf 2027. De prijzen zijn nog niet bekendgemaakt, maar zullen waarschijnlijk ruim boven de 87.000 euro liggen, het instapniveau van de huidige EQV.
