De Chinese groep Geely leunt op Volvo om Europa te veroveren
Achter deze twee aankondigingen zien we graag een teken dat Geely stopt met zich te versnipperen. In plaats van Lynk & Co apart te laten bestaan, met eigen netwerken en kosten, kiest de Chinese groep er eindelijk voor om via Volvo te werken, dat in Europa alle vakjes al afvinkt: een sterk imago, een goed uitgebouwd netwerk en een stevige geloofwaardigheid. En naast de distributie zal Geely ook de Europese Volvo-fabrieken in Zweden, België en Slovakije gebruiken om bepaalde modellen voor Europa te produceren. Dat houdt sites bezig die niet altijd op volle capaciteit draaien, en kan tegelijk klanten geruststellen over de bouwkwaliteit.
Een beleid dat werkt
Verschillende factoren verklaren deze keuze van Geely. Eerst en vooral is er de situatie in China, die constructeurs dwingt om elders te kijken. De binnenlandse markt is verzadigd en extreem competitief, de marges staan onder druk, en Europa wordt dus een logische uitweg. Maar in plaats van met veel geweld binnen te komen, lijken Chinese constructeurs nu te kiezen voor een meer “propere” aanpak, met lokale productie en een geleidelijke integratie. Uit puur ethisch besef? Natuurlijk niet, want deze beweging komt er op het moment dat Europa de regels voor Chinese import, vooral van elektrische wagens, heeft verstrengd. Zo bouwen sommigen nieuwe fabrieken in Europa, terwijl anderen, zoals Leapmotor of Geely, tijd winnen door zich op Europese partners te steunen. Eén ding wordt in elk geval duidelijk: de Europese invoerrechten beginnen effect te hebben, in het voordeel van de werkgelegenheid binnen de Unie. En dat is, voor één keer, best bemoedigend.


