De OESO wijst op de “doping” van Chinese autobouwers
BYD, MG, XPeng… In nauwelijks enkele jaren tijd zijn Chinese constructeurs geëvolueerd van een exotische curiositeit tot een nachtmerrie voor de grote Europese merken. Of men het nu graag hoort of niet, hun auto's hebben enorme vooruitgang geboekt op het vlak van kwaliteit en technologie. En natuurlijk beschikken ze ook over een sterk prijsargument. Het rapport van de OESO bevestigt echter wat velen al vermoedden: dat voordeel is niet uitsluitend het resultaat van industriële efficiëntie. Volgens de organisatie ontvingen Chinese autobouwers in 2024 voor 11,4 miljard dollar aan overheidssteun. Ruw geschat is dat vier keer meer dan hun concurrenten in westerse landen ontvangen. Die steun, in de vorm van rechtstreekse subsidies, bijzonder gunstige leningen en andere maatregelen, maakt het voor bedrijven makkelijker om hun groei te financieren en hun technologische ontwikkeling te versnellen. Anders gezegd: westerse ingenieurs zijn niet minder getalenteerd dan hun Chinese collega's, ze beschikken gewoon over minder middelen.
Doping
Die steun heeft dan ook een cruciale rol gespeeld in de expansie van Chinese merken. Volgens berekeningen van de organisatie is ze verantwoordelijk voor 60 % van de marktaandeelwinst die Chinese bedrijven sinds 2005 hebben geboekt. Ter vergelijking: het wereldwijde gemiddelde bedraagt 22 %. De OESO vergelijkt deze mechanismen zelfs met een vorm van economische doping. En zowel in de economie als in de sport staat doping gelijk aan oneerlijke concurrentie. De conclusies van dit rapport geven de Europese Unie dan ook gelijk. Na jaren van passiviteit is Europa eindelijk begonnen te reageren op de Chinese opmars. Wat ons betreft, is dit verhaal nog lang niet ten einde.
