Ford en Cadillac delen al prikken uit in de F1
De gelijktijdige komst van Cadillac en Ford in de Formule 1 had een mooi patriottisch verhaal kunnen opleveren. Dat liep anders. Bij Cadillac, dat vanaf 2026 als elfde team op de grid verschijnt, opende Dan Towriss de aanval door Fords engagement af te doen als een nauwelijks verhulde marketingoperatie. Volgens hem is dat niet te vergelijken met de betrokkenheid van General Motors, aandeelhouder van het team en technisch van bij het begin betrokken. Cadillac, voortgekomen uit het Andretti-project, wil tegen 2028 zelfs een volwaardige constructeur worden met een eigen motor. Tot dan rijdt het team… met Ferrari-motoren. Detail, toch?
Motor versus… stickers?
Ford liet dat niet onbeantwoord. Bill Ford gaf toe dat hij “hard moest lachen” bij de uitspraken van GM, en benadrukte dat Cadillac voorlopig geen eigen motor inzet. Hij suggereerde ook dat er weinig GM-ingenieurs bij het team betrokken zijn en dat het bij Cadillac-stickers op de wagen blijft. Ford benadrukt daarentegen zijn diepe technische samenwerking met Red Bull Racing, met Ford Racing-ingenieurs in het powertrain-team, 3D-geprinte onderdelen en actieve betrokkenheid bij batterij- en hybridetechnologie. Twee visies, twee strategieën… en veel ego’s. Zoals altijd in de F1 zal de stopwatch beslissen. Ford bouwt voort op een winnende machine, Cadillac begint van nul, met het risico op een leerproces à la Haas. Intussen vliegen de punchlines al vrolijk heen en weer.

