Maait BYD het gras voor de voeten van de Japanners weg?
Afgelopen najaar zorgde BYD op het Salon van Tokio voor een verrassing met de voorstelling van de Racco. Voor het eerst waagde een niet-Japanse constructeur zich aan de op-en-top Japanse categorie van de kei-car. De Racco voldoet volledig aan het lastenboek, met minimale buitenafmetingen – zo’n 3,4 meter lang – een optimaal benutte binnenruimte en een design dat in de straten van Tokio helemaal niet uit de toon zou vallen. Bovendien is de BYD 100% elektrisch, wat bij de gevestigde Japanse waarden in dit segment nog lang niet de norm is. En terwijl we het hier geregeld hebben over kleine Japanse auto’s die we graag op de Europese wegen zouden zien, lijken niet Suzuki of Nissan gehoor te geven aan die oproep, maar BYD.
Made in Europe
Even wat context. De Racco maakt gebruik van een volledig nieuwe elektrische architectuur van BYD, de zogenaamde ‘X-Pack’. Kort samengevat gaat het om een ultracompact batterijpakket waarin ook de omvormer en de regeleenheid zijn geïntegreerd, onderdelen die bij een elektrische auto doorgaans onder de motorkap zitten. Door die componenten samen te brengen, kunnen auto’s tegelijk bijzonder klein vanbuiten en verrassend ruim vanbinnen zijn. Maar de ontwikkeling van het X-Pack heeft veel geld gekost en BYD wil die investering ook buiten de Japanse markt terugverdienen. Europa lijkt daarvoor een logische keuze. Voor alle duidelijkheid: niets wijst erop dat de Racco in haar huidige vorm naar Europa komt, maar de Chinese constructeur is wel degelijk van plan het X-Pack hier te gebruiken voor een kleine stadswagen. Meer nog, het lijkt vast te staan dat het model in Europa zal worden gebouwd, meer bepaald in Hongarije. Zo ontsnapt het aan de bijkomende invoerheffingen en kan BYD het tegen een scherpe prijs aanbieden. Kortom, terwijl de Europese markt voor ministadswagens traditioneel erg geliefd was bij Japanse merken, zou BYD de fakkel weleens kunnen overnemen.

