Een nieuwe, zuinige stadsauto voor minder dan 6.000 euro? Het kan (in Japan)
We kunnen nauwelijks overschatten hoeveel schade de emotionele reactie na dieselgate uiteindelijk heeft berokkend aan de Europese consument. In zijn poging om een bocht van 180 graden te maken en groener dan groen te worden, heeft Europa de normen zo streng gemaakt dat sommige nochtans nog altijd nuttige producten onverkoopbaar zijn geworden. Zoals piepkleine, spotgoedkope auto’s, bijvoorbeeld de Daihatsu die zopas in Japan werd voorgesteld. Daihatsu, weet u nog? Dat kleine zusje van Toyota, met zijn niet altijd even sexy, maar goedkope en onverwoestbare stadswagentjes? Het merk heeft zopas de 2026-versie voorgesteld van zijn Mira e, die oorspronkelijk in 2017 werd gelanceerd. Hou u vast, want van deze cijfers doet ons Europese hart pijn.
3,7 l/100 km
In tegenstelling tot wat de ‘e’ in zijn naam misschien doet vermoeden, is de Mira niet elektrisch. Integendeel: hij krijgt dit jaar een volledig nieuwe atmosferische driecilinder benzinemotor van 660 cc, goed voor 49 pk. En basic is deze auto allerminst, want standaard krijgt hij heel wat veiligheidsuitrusting mee, zoals een automatische noodrem, rijstrookwaarschuwing, verkeersbordherkenning, een waarschuwing wanneer de voorligger weer vertrekt en parkeerhulp met obstakeldetectie. Niet slecht! Qua verbruik kondigt de constructeur 3,7 l/100 km aan volgens de Japanse WLTC-norm, die sterk aanleunt bij de Europese WLTP. Dat is meer dan sommige PHEV’s beloven, alleen zou de Daihatsu dat cijfer in de praktijk ook écht moeten halen. Helaas komt dat verbruik overeen met zo’n 85 à 90 g CO₂/km. Oei! Veel te veel voor de EU! En zo wordt de consument op het Oude Continent, tussen milieunormen en homologatiekosten door, beroofd van auto’s als deze, die 1.096.700 yen kost. We hebben het even omgerekend: dat is 5.900 euro. Ondertussen belooft men ons hier dus een Europese, elektrische ‘soort van auto’ voor – misschien – minder dan 10.000 euro.

